Zegenvissen in kribvakken

De laatste decennia is de visfauna van de Nederlandse rivieren uitgebreid met een aantal exoten die door menselijk toedoen een plaats in de Nederlandse visfauna hebben ingenomen. In tegenstelling tot eerder in Nederlandse rivieren aangetroffen vissoorten als blauwneus en Donaubrasem, breiden deze soorten zich wél explosief uit en komen plaatselijk in zeer hoge dichtheden voor.

Het betreft de volgende vijf vissoorten die sinds 2002 in de oeverzone van Nederlandse rivieren zijn aangetroffen zijn: Marmergrondel, Zwartbekgrondel, Witvingrondel, Kesslers grondel en Pontische stroomgrondel.
In opdracht van het ministerie van LNV voeren de Stichting RAVON en bureau Natuurbalans dit jaar een onderzoek uit naar de verspreiding en habitatvoorkeur van deze exoten. De gegevens worden gebruikt om een inschatting van de risico’s voor inheemse soorten te maken.

Menno ging met 2 mannen van de Ravon mee zegenvissen in de kribvakken in de Waal bij Nijmegen. Een zegen is overigens een type sleepnet van zo'n 50 meter en daarmee slepen ze  door de zogenaamde kribvakken om de verschillende soorten vissen te vangen. Kribvakken zijn door de mens gemaakt om op die manier rivieren te kanaliseren. Het zijn die rij stenen die je langs een rivier ziet liggen, en waar veel vissen zich in verschuilen.
Bron: ravon.nl